Uitspraak
19 september 2012, 12/3217 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de gemeente Delft, werd geconfronteerd met disciplinaire maatregelen wegens vermeend plichtsverzuim bij re-integratiegesprekken. Na ziekte en gedeeltelijke werkhervatting meldde zij zich opnieuw ziek en verscheen niet op afspraken met de bedrijfsarts in het betreffende pand. Appellant stelde dat betrokkene onterecht niet meewerkte aan re-integratie en legde disciplinaire sancties op.
De rechtbank verklaarde de bezwaren ontvankelijk en oordeelde dat betrokkene geen plichtsverzuim had begaan, mede op basis van medische rapportages waaruit bleek dat haar psychische toestand haar verhinderde om op de locatie te verschijnen. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het eervol ontslag geen gebrek aan procesbelang betekent, omdat betrokkene schade heeft gesteld.
De Raad weegt medische adviezen, waaronder die van een psychiater, en concludeert dat de disciplinaire maatregelen onterecht waren. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De disciplinaire maatregelen tegen betrokkene worden herroepen omdat zij vanwege haar geestelijke toestand niet kan worden verweten niet te zijn verschenen bij re-integratiegesprekken.