ECLI:NL:CRVB:2014:2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem met ingang van 14 januari 2011 een WIA-uitkering te ontzeggen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts volgde dat de ernstige psychische problemen zoals beschreven in het rapport van psycholoog Vlasblom niet aannemelijk waren op de datum in geding.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte te veel waarde hechtte aan de brief van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de bevindingen van de verzekeringsarts. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding om het medische oordeel te herzien. Het aanvullende psychiatrisch rapport van februari 2014 ziet niet op de situatie op de datum in geding.
De Raad wijst ook het standpunt af dat een tolk met psychiatrische expertise had moeten worden ingezet, aangezien appellant de Nederlandse taal voldoende machtig is. Gezien de juiste medische grondslag van het besluit ziet de Raad ook geen reden om de passendheid van de aan appellant voorgehouden functies te betwijfelen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ontzegging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.