ECLI:NL:CRVB:2014:2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij WGA-loonaanvullingsuitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU) werd vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang meer had; het resultaat dat hij nastreefde kon feitelijk niet worden bereikt.
Appellant stelde dat een verdergaande urenbeperking van belang was voor een mogelijke herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde echter dat bezwaren tegen de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) geen procesbelang opleveren, omdat appellant niet meer kan krijgen dan reeds toegekend. Ook de inkomenseis is niet relevant, aangezien bij het bestreden besluit de arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% ten minste twee maanden bestond, waardoor de inkomenseis niet geldt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee is het beroep definitief niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.