ECLI:NL:CRVB:2014:2490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage voor FPU-uitkering als gelijkgesteld pensioen
Appellant, woonachtig in Frankrijk, ontvangt een FPU-uitkering en is door het Zorginstituut als verdragsgerechtigde aangemerkt, waardoor hij recht heeft op zorg in Frankrijk ten laste van Nederland. Het Zorginstituut stelde een buitenlandbijdrage vast over 2006, welke appellant betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de FPU-uitkering gelijkgesteld is met een Nederlands wettelijk pensioen vanaf 1 januari 2006.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de gelijkstelling pas per 1 januari 2007 zou gelden en dat hij onjuist geïnformeerd was over zijn ziektekostenverzekering. Tevens stelde hij dat het Zorginstituut de wettelijke termijnen niet in acht nam, wat het rechtszekerheidsbeginsel zou schenden.
De Raad oordeelde dat de FPU-uitkering onder de gelijkstellingsbepaling valt vanaf 1 januari 2006 en dat de termijnoverschrijding bij de vaststelling van de jaarafrekening niet leidt tot onrechtmatigheid. Ook is geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel omdat appellant redelijkerwijs rekening kon houden met de definitieve vaststelling. Het Zorginstituut heeft bovendien geen ruimte om af te zien van de bijdrageplicht.
Daarom bevestigt de Raad de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de buitenlandbijdrage over 2006 wordt bevestigd.