Betrokkene, een milieuagent die sinds 1 september 2006 gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, ontving een WGA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Appellant, het UWV, verklaarde bezwaar tegen deze vaststelling ongegrond, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat bepaalde functies niet geschikt waren voor betrokkene vanwege een te hoog handelingstempo en productiepieken.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte functies als ongeschikt had beoordeeld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank over de functie van magazijn- en expeditiemedewerker, maar stelde vast dat betrokkene wel geschikt is voor functies als productiemedewerker industrie, productiemedewerker metaal- en elektro-industrie en wikkelaar.
De Raad concludeerde dat de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd blijft, maar dat de vastgestelde verdiencapaciteit moet worden aangepast. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 43,15% en de verdiencapaciteit op € 1.955,-. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene.