ECLI:NL:CRVB:2014:2533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens blijvende dienstongeschiktheid na re-integratie-inspanningen
Appellant, die sinds 1999 militair was en in 2006 uitviel wegens psychische klachten, werd in 2011 eervol ontslagen wegens blijvende ongeschiktheid voor militaire dienst. Dit ontslag volgde op een militair geneeskundig onderzoek dat zijn ongeschiktheid bevestigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de minister niet in redelijkheid tot ontslag had kunnen besluiten vanwege onvoldoende voor-, tussen- en nazorg tijdens en na zijn uitzending naar Kosovo, waardoor hij PTSS zou hebben opgelopen. Tevens stelde hij dat de re-integratiebegeleiding onvoldoende was geweest en dat dispensatie had moeten worden verleend.
De Raad oordeelde dat de oorzaak van de PTSS niet relevant is voor de ontslagbevoegdheid en dat een aparte procedure loopt over de aansprakelijkheid van de minister. Uit het dossier bleek dat appellant intensief was begeleid via diverse re-integratie-instrumenten, waaronder behandeling in militaire ziekenhuizen en deelname aan het tweede spoor re-integratietraject.
Het rapport van bureau Lytton concludeerde dat appellant ondanks diverse behandelingen niet belastbaar was voor gangbare arbeid en niet via re-integratie kon worden begeleid. Gezien deze inspanningen was geen sprake van tekortschieten door de minister. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het eervol ontslag wegens blijvende ongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.