ECLI:NL:CRVB:2014:2570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens niet voldoen nationaliteitseis Wsf 2000
Appellante, een Nigeriaanse staatsburger gehuwd met een Nederlander, vroeg studiefinanciering aan op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De Minister wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet viel onder de situaties van gelijkstelling met Nederlanders zoals beschreven in het Besluit studiefinanciering 2000 (Bsf 2000). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, waarna de Minister het bezwaar opnieuw afwees.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zoals vereist in artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en dat haar verblijfsvergunning op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000 geen recht op studiefinanciering verleent. Verder kon appellante geen beroep doen op afgeleide rechten via haar echtgenoot, noch op het discriminatieverbod van artikel 12 EG Pro, mede vanwege de vereiste van vijf jaar ononderbroken legaal verblijf.
De Raad bevestigde daarmee de afwijzing van de studiefinancieringsaanvraag en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de studiefinancieringsaanvraag omdat appellante niet voldoet aan de nationaliteitseis en geen verblijfsvergunning bezit die gelijkstelling met een Nederlander geeft.