ECLI:NL:CRVB:2014:2573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- M.F. Wagner
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw voor in Spanje wonende verzekerde
Appellant, woonachtig in Spanje, betwist de vaststelling van de buitenlandbijdrage voor de jaren 2007 en 2008 door het Zorginstituut, opvolger van het College voor zorgverzekeringen. Hij stelt dat hij onterecht AWBZ-premie betaalt terwijl hij geen aanspraak heeft op AWBZ-verstrekkingen en dat de zorg in Spanje onvoldoende is, waardoor hij hogere kosten maakt dan de buitenlandbijdrage.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp zijn beroep op het keuzerecht en de matiging van de bijdrage. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de buitenlandbijdrage wordt vastgesteld volgens de Zvw en AWBZ-methodiek, maar dat dit niet betekent dat appellant AWBZ-premie betaalt. De woonlandfactor bepaalt immers de zorgdekking volgens het Spaanse pakket.
De Raad wijst erop dat lidstaten hun socialezekerheidsstelsel naar eigen inzicht mogen inrichten, mits het EU-recht wordt gerespecteerd. De solidariteit binnen het Nederlandse stelsel vereist dat alle verzekerden bijdragen, ongeacht individuele omstandigheden. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage voor 2007 en 2008 is terecht vastgesteld en het hoger beroep wordt verworpen.