ECLI:NL:CRVB:2014:2596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing over mate van arbeidsongeschiktheid en WGA-vervolguitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 30 mei 2011 werd vastgesteld tussen 65 en 80%, waarop de WGA-vervolguitkering is gebaseerd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was toegepast. Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en ondersteunde dit met medische verklaringen van een internist-infectioloog en een GZ-psycholoog.
De Raad overwoog dat er onvoldoende objectieve gegevens waren om de belastbaarheid zoals vastgesteld in de FML onjuist te achten. De medische verklaringen waren onvoldoende relevant voor de datum in geschil, en de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts bevestigden dat de beperkingen adequaat waren meegenomen. Er was geen reden tot het benoemen van een deskundige.
De Raad concludeerde dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was en dat er geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is vanaf 30 mei 2011.