ECLI:NL:CRVB:2014:2636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering gezinsbijstand wegens valse identiteit en geen rechtmatig verblijf
Appellante, geboren in Irak en sinds 1996 in Nederland, ontving bijstand onder een valse identiteit. Na onderzoek bleek dat zij niet de opgegeven echtgenote was, maar de zus van haar partner, en bovendien geen rechtmatig verblijf had. Het college van burgemeester en wethouders van Delft trok daarom haar bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het verstrekken van onjuiste persoonsgegevens, waardoor zij niet tot de kring van rechthebbenden behoorde. Het college was bevoegd tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
Verder wees de Raad het verzoek van appellante om schadevergoeding af en bevestigde dat het college conform beleid mocht terugvorderen zonder dat sprake was van dringende redenen om hiervan af te zien. De financiële bescherming van appellante als schuldenaar kan worden gezocht in de beslagvrije voetregels. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante wegens valse identiteit en geen rechtmatig verblijf wordt bevestigd.