ECLI:NL:CRVB:2014:2646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskrediet en intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en niet-levensvatbaarheid onderneming
Appellant vroeg bijstand en een bedrijfskrediet aan onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college kende bijstand toe maar wees het bedrijfskrediet af omdat de kredietbehoefte te hoog was en het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht. Vervolgens werd de bijstand beëindigd en ingetrokken omdat appellant niet had gemeld dat hij als bestuurder van vier vennootschappen in de Kamer van Koophandel stond ingeschreven, wat een schending van zijn inlichtingenplicht vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij zijn bestuursfuncties niet hoefde te melden omdat het college deze informatie zelf kon inwinnen en dat hij geen inkomsten uit deze functies had genoten. De Raad oordeelde dat de inschrijving in het KvK-register een relevant gegeven is dat gemeld moet worden en dat het Suwi Bedrijvenregister niet als een administratieve bron geldt waaruit het college deze informatie kon halen.
Verder was niet aannemelijk dat appellant niet wist van zijn inschrijving als bestuurder, noch dat de brief waarin hij zijn bestuursfuncties opzegt daadwerkelijk is verstuurd of betrekking had op alle vennootschappen. Het ontbreken van een administratie maakte het onmogelijk om de omvang van zijn werkzaamheden vast te stellen. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en het hoger beroep slaagde niet. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en afwijzing van bedrijfskrediet wegens schending van de inlichtingenplicht en niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.