ECLI:NL:CRVB:2012:BW6023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht door niet melden ondernemerschap
Appellant ontving vanaf september 2007 bijstand op grond van de WWB. Het dagelijks bestuur vermoedde dat appellant werkzaamheden verrichtte en stelde een onderzoek in. Hieruit bleek dat appellant sinds december 2007 als medevennoot stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een domeinnaam had geregistreerd, zonder dit te melden aan het dagelijks bestuur.
Op grond hiervan trok het dagelijks bestuur de bijstand over de periode december 2007 tot juni 2008 in wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij voor de zomer van 2008 geen inkomsten had uit zijn bedrijf, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat hij geen controleerbare gegevens over zijn inkomsten had verstrekt.
De Raad oordeelde dat het niet melden van de inschrijving en bedrijfsactiviteiten een schending van de inlichtingenplicht is en dat appellant niet had aangetoond dat hij recht had op bijstand gedurende de periode. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.