Uitspraak
12 februari 2013, 12/2508 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt bijstand op grond van de WWB en is wegens psychische en lichamelijke klachten tijdelijk ontheven geweest van de verplichting om algemeen geaccepteerd werk te vinden en te accepteren. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts is vastgesteld dat zij met beperkingen maximaal 6 uur per dag en 20 uur per week arbeid kan verrichten.
Het college heeft op basis van dit advies besloten appellante ontheffing te verlenen van de verplichting om werk te accepteren dat meer dan 6 uur per dag of meer dan 20 uur per week betreft. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarna appellante in hoger beroep is gegaan.
Appellante betoogt dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat geen informatie is opgevraagd bij haar reumatoloog en dat haar arbeidsmogelijkheden zijn overschat. De Raad oordeelt echter dat het medisch advies zorgvuldig tot stand is gekomen, dat de verzekeringsarts rekening hield met de diagnose fibromyalgie en dat de aanvullende medische stukken onvoldoende aanleiding geven het advies te betwijfelen.
Hoewel het zorgvuldiger was geweest de medische stukken in de beroepsfase aan de verzekeringsarts voor te leggen, leidt dit niet tot een andere uitkomst. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.