ECLI:NL:CRVB:2014:2706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling
Appellanten ontvangen bijstand sinds mei 2009. Appellante is ontheven van arbeidsverplichtingen wegens gezondheidsklachten en zorgt voor een zoon met autisme. Na een ontheffingsperiode eind 2011 is appellant verplicht mee te werken aan re-integratie. Ondanks hulp bij kinderopvang en een traject bij re-integratiebedrijf SeffenS, is dit traject niet doorgegaan vanwege omstandigheden binnen het gezin.
Het college legde een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen gedurende één maand, later teruggebracht tot 50% door de rechtbank. Appellanten stelden dat zij voldoende meewerkten en dat de thuissituatie en schuldsanering dringende redenen vormden om af te zien van de maatregel.
De Raad oordeelt dat appellanten voldoende tijd hebben gehad om hun situatie te regelen en dat het niet starten van het traject aan appellant kan worden toegerekend. De bijzondere thuissituatie en schuldsanering vormen geen dringende reden om de maatregel te verlagen of af te zien. Het hoger beroep wordt afgewezen en de maatregel van 50% verlaging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De maatregel van 50% verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd.