ECLI:NL:CRVB:2014:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als opbouwwerker en meldde zich arbeidsongeschikt wegens klachten na zwangerschap en bevalling. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geduide functies passend waren. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onvoldoende waren beoordeeld, met name haar rugklachten en psychische problematiek.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Er was een zorgvuldig medisch onderzoek verricht en de psychische klachten waren niet aantoonbaar op de datum van beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling was voldoende onderbouwd met passende functies.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat en dat de overgelegde aanvullende medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen blijft gehandhaafd.