ECLI:NL:CRVB:2014:2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechter in hoger beroep UWV-zaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht in een geschil met het UWV. Tijdens de behandeling in hoger beroep verzocht verzoeker om wraking van de behandelend rechter mr. Bakker, stellende dat deze vooringenomen was en onvoldoende gelegenheid gaf tot het voeren van het betoog.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De procedurele klachten van verzoeker, zoals het niet houden van vooronderzoek en het sluiten van de zitting zonder mededeling van uitspraakdatum, zijn geen gronden voor wraking. Ook het feit dat de zaak door een enkelvoudige kamer werd behandeld en dat mr. Bakker geen vragen aan het UWV stelde, zijn procedurele kwesties die geen wrakingsgrond vormen.
De Raad concludeerde dat verzoeker ruimschoots gelegenheid had gehad zijn standpunten te uiten en dat er geen aanwijzingen zijn dat mr. Bakker een vooringenomen oordeel heeft gevormd. Het verzoek om wraking is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.