ECLI:NL:CRVB:2014:2813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- J.J.A. Kooijman
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens alcoholgebruik tijdens werktijd en plichtsverzuim
Appellant, een officier van justitie, werd ontslagen vanwege het nuttigen van alcohol tijdens werktijd, waaronder tijdens een zitting, wat werd aangemerkt als ernstig plichtsverzuim. Ondanks zijn langdurige staat van dienst en medische problemen, waaronder alcoholverslaving en een aanpassingsstoornis, werd vastgesteld dat hij zijn gedrag, zij het in verminderde mate, kon beheersen en verantwoordelijk was voor zijn daden.
De minister verleende het ontslag op grond van artikel 34b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, nadat appellant meerdere waarschuwingen had ontvangen en ondanks intensieve begeleiding. De Adviescommissie bezwaarschriften adviseerde herroeping vanwege informatiegebrek over toerekenbaarheid, maar de minister handhaafde het besluit na aanvullend medisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de hoge integriteitseisen voor een officier van justitie en de impact van het gedrag op het aanzien van het openbaar ministerie. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het ontslag, waarbij ook werd vastgesteld dat onvoldoende bewijs bestond voor onvoldoende begeleiding of een ontoerekenbare psychische stoornis.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag blijft gehandhaafd.