Appellante vroeg op 15 januari 2009 een Wajong-uitkering aan vanwege psychische problematiek. Het UWV wees dit op 11 mei 2009 af omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar werd het besluit bevestigd met een correctie van de ingangsdatum naar 15 januari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen werden onderschat en dat het medisch onderzoek niet volgens het protocol was uitgevoerd. Ook werd de motivering van de geschiktheid van functies betwist. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het protocol was gevolgd. Wel bleek dat de motivering van de functie productiemedewerker onjuist was, wat de rechtbank niet had onderkend.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.