ECLI:NL:CRVB:2014:3285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld wegens onterecht beschikken over geactiveerd studentenreisrecht
Appellante ontving in 2012 studiefinanciering inclusief een studentenreisproduct. Na beëindiging van haar studie per 31 augustus 2012 stelde de Minister vast dat zij onterecht beschikte over een geactiveerd reisrecht van september 2012 tot en met januari 2013, waarop een OV-schuld werd vastgesteld.
Appellante voerde aan dat haar OV-chipkaart was verlopen en zij geen reisrecht had geladen op een nieuwe kaart, waardoor zij niet langer over een geactiveerd reisrecht beschikte. De Raad oordeelde echter dat het wettelijke systeem vereist dat het reisrecht expliciet bij de Minister moet worden beëindigd, ongeacht de status van de OV-chipkaart.
De Raad stelde vast dat de veronderstelling van appellante dat het reisrecht automatisch eindigde bij het verlopen van de kaart en het einde van de studie niet juist was en dat de Minister niet tekort was geschoten in zijn informatieplicht. De OV-schuld is reparatoir van aard en niet punitief.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de OV-schuld wordt bevestigd.