ECLI:NL:CRVB:2014:3304
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1985, vroeg laattijdig een Wajong-uitkering aan vanwege psychische en lichamelijke klachten sinds 2002. Het UWV weigerde de uitkering omdat volgens hun berekening appellant meer dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen. Dit was gebaseerd op medische en arbeidskundige onderzoeken die beperkingen vaststelden, waaronder een medische urenbeperking van 6 uur per dag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de onderwaardering van zijn beperkingen.
De Raad concludeert dat de medische beperkingen voldoende zijn onderbouwd en dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid correct heeft berekend volgens de geldende beleidsregels. Echter, vanwege afrondingsregels en de toepassing van de reductiefactor is de mate van arbeidsongeschiktheid feitelijk hoger dan 25%, wat betekent dat appellant recht heeft op een Wajong-uitkering.
De Raad draagt het UWV op het besluit binnen acht weken te herstellen, omdat de Raad zelf niet over de benodigde gegevens beschikt om zelf in de zaak te voorzien.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen omdat appellant ten onrechte is geweigerd vanwege een onjuiste berekening van arbeidsongeschiktheid.