ECLI:NL:CRVB:2014:3310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als veilingmedewerkster, viel in 2009 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Na een WIA-beoordeling in 2011 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, leidend tot een arbeidsongeschiktheid van 23,44%, onvoldoende voor een uitkering. Het UWV wees de aanvraag af en een bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel na aanvullend onderzoek.
Appellante bracht meerdere rapporten van het Instituut Psychosofia in, die volgens haar zwaardere beperkingen aantoonden. Deze werden door de bezwaarverzekeringsarts en later door de Centrale Raad van Beroep niet gevolgd, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de rapporten geen nieuwe feiten toevoegden.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen correct en gemotiveerd waren, inclusief het lichamelijk onderzoek en de beoordeling van medicijngebruik. Ook het bezwaar dat appellante de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, werd verworpen op grond van het geldende Schattingsbesluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het eerdere besluit van de rechtbank Rotterdam en het UWV dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.