ECLI:NL:CRVB:2012:BW9297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is geweigerd omdat zij niet als jonggehandicapte wordt beschouwd. De rechtbank stelde appellante deels in het gelijk vanwege een onjuiste datum in het arbeidsdeskundig onderzoek, maar liet het bestreden besluit verder in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie, waaronder een operatie in 1987 en psychische klachten.
De Raad overwoog dat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige zorgvuldig en consistent zijn en dat het aan appellante is om te bewijzen dat deze rapportages onjuist zijn. De Raad vond geen aanwijzingen dat het onderzoek of de medische beoordeling onjuist was. De bezwaarverzekeringsarts had uitgebreide medische gegevens bestudeerd en concludeerde dat er geen ernstiger beperkingen waren dan eerder vastgesteld.
Verder oordeelde de Raad dat het UWV voldoende onderzoek had verricht en dat het risico dat de situatie rond het 18e levensjaar niet exact kan worden vastgesteld voor rekening van appellante komt. De aanvullende informatie van appellante bracht geen nieuwe gezichtspunten. De Raad zag geen reden om een onafhankelijk deskundige te raadplegen en bevestigde de eerdere uitspraak. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering en wijst het hoger beroep af.