ECLI:NL:CRVB:2014:3418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van uitspraak over Ziektewet-uitkering
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak uit 1998 waarin zijn beroep tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering te beëindigen ongegrond werd verklaard.
De Raad heeft onderzocht of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die voor het tijdstip van de oorspronkelijke uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Uit het dossier en de zitting bleek dat veel van de door verzoeker ingebrachte stukken al bekend waren ten tijde van de eerdere uitspraak.
Daarnaast zijn enkele medische rapporten en wetenschappelijke publicaties na de oorspronkelijke uitspraak overgelegd, maar deze kunnen geen grond vormen voor herziening omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro. De Raad oordeelde dat de nieuwe gegevens geen feiten of omstandigheden betreffen die voor de oorspronkelijke uitspraak onbekend waren en die tot een andere beslissing zouden leiden.
De Raad bevestigde dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een nieuwe discussie over de zaak te openen zonder nieuwe feiten. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt afgewezen.