ECLI:NL:CRVB:2014:3461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding buitenlandbijdrage Zvw op pensioenen woonachtig in Finland
Appellant, woonachtig in Finland en ontvanger van Nederlandse en buitenlandse pensioenen, betwistte de inhouding van een buitenlandbijdrage op zijn pensioenen door het Zorginstituut. Deze bijdrage is gebaseerd op de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Europese Verordeningen 1408/71 en 883/2004, die bepalen dat het pensioenland verantwoordelijk is voor zorgkosten in het woonland.
De Raad oordeelde dat appellant onder de werkingssfeer van deze verordeningen valt en dat Nederland terecht een bijdrage mag inhouden op zijn pensioenen. Appellant voerde aan dat Finse wetgeving van toepassing zou zijn en dat de inhouding onterecht was, maar dit werd verworpen op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.
Verder werd bevestigd dat de Nederlandse regelgeving vrij is in het bepalen welke inkomsten voor de buitenlandbijdrage in aanmerking komen, waaronder ook bovenwettelijke uitkeringen. Appellant's bezwaar tegen de hoogte van de bijdrage en de verstrekking van de European Health Insurance Card werd eveneens afgewezen.
Ten slotte is een schikking getroffen over een vergoeding van € 2000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding van de buitenlandbijdrage op de pensioenen van appellant woonachtig in Finland.