ECLI:NL:CRVB:2014:3583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.C.W. Lange
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken relevant arbeidsurenverlies vanaf 14 november 2011
Betrokkene was op basis van een oproep- en detacheringsovereenkomst werkzaam via werkgeefster bij een derde werkgever. Zij verrichtte haar laatste werkzaamheden op 10 november 2011. Werkgeefster betaalde na die datum geen loon meer, maar betaalde eind februari 2012 alsnog een bedrag als oplossing.
Betrokkene vroeg op 3 februari 2012 een WW-uitkering aan, die werd afgewezen omdat volgens appellant het arbeidsurenverlies op 14 november 2011 was ingetreden, en er geen relevant urenverlies was. De rechtbank stelde echter vast dat betrokkene pas per 1 maart 2012 haar arbeidsuren had verloren, omdat zij nog gehouden was arbeid te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de arbeidsovereenkomst en de feitelijke situatie het arbeidsurenverlies op 14 november 2011 is ingetreden. Betrokkene was niet langer gehouden arbeid te verrichten en er was geen verplichting tot loonbetaling. Het beroep tegen de afwijzing van de WW-uitkering werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat het arbeidsurenverlies op 14 november 2011 is ingetreden.