ECLI:NL:CRVB:2014:3594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand en toekenning wettelijke rente
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde bij besluit van 4 juli 2012 de bijstand met 100% voor twee maanden vanwege weigering van gesubsidieerd werk. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 5 oktober 2012. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit onrechtmatig was en dat hij schade had geleden, onder meer doordat hij betalingsregelingen niet kon nakomen, werd veroordeeld in proceskosten en verhuiskosten moest maken. Het college kwam met een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant werd gehonoreerd en het eerdere besluit werd ingetrokken.
De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit het bezwaar volledig tegemoet kwam, waardoor appellant geen belang meer had bij beoordeling van het oorspronkelijke besluit. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. Voor de schadevergoeding werd aansluiting gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht, waarbij alleen wettelijke rente over de vertraagde betaling van bijstand werd toegekend. Het verzoek tot vergoeding van overige schade werd afgewezen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van bijstand wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de nabetaling.