ECLI:NL:CRVB:2014:3607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- M.F. Wagner
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffing eigen bijdrage AWBZ ondanks bezwaar appellante
Appellante verblijft sinds 2002 in een AWBZ-zorginstelling en is maandelijks een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK stelde de eigen bijdrage voor 2009, 2010 en 2011 vast en legde een naheffing op van in totaal €11.379,69, waarvan na bezwaar €3.543,58 werd kwijtgescholden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de naheffing niet kon voorzien vanwege jarenlang gelijkblijvende inhoudingen en dat het CAK onzorgvuldig handelde door verkeerde informatie te gebruiken, met name omtrent haar burgerlijke staat. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat de hoge eigen bijdrage verschuldigd was en dat het CAK de fout in de burgerlijke staat had gecorrigeerd.
Het CAK had bijzondere omstandigheden, zoals het niet verkrijgen van juiste gegevens en late inkomensinformatie, meegenomen in de kwijtschelding. De Raad vond dat dit voldoende was en dat appellante geen recht had op een hogere kwijtschelding. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de naheffing eigen bijdrage AWBZ bevestigd.