ECLI:NL:CRVB:2014:362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- A.J. Schaap
- M.J. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet-verzekerd zijn tegen ziektekosten
Appellant werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) gemaand om binnen drie maanden een ziektekostenverzekering af te sluiten, wat hij niet deed. Vervolgens legde Cvz hem twee bestuurlijke boetes op wegens het niet voldoen aan deze verzekeringsplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen de boetes met het argument dat boetes alleen via het strafrecht opgelegd mogen worden en dat zijn rechten onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) werden geschonden. De rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond en oordeelde dat het bestuursrechtelijke boetestelsel rechtmatig is en voldoet aan de waarborgen van het EVRM.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad overweegt dat het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst uit artikel 9 EVRM Pro niet zodanig ver strekt dat men zich kan onttrekken aan wettelijke verplichtingen op grond van een persoonlijke levensovertuiging. De boetes zijn gerechtvaardigd op basis van het solidariteitsbeginsel dat ten grondslag ligt aan het zorgverzekeringsstelsel.
De Raad stelt vast dat appellant erkent niet verzekerd te zijn geweest terwijl hij dat wel had moeten zijn en dat Cvz terecht de bestuurlijke boetes heeft opgelegd. De rechtsbescherming tegen bestuurlijke boetes is adequaat en voldoet aan de eisen van het EVRM. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes wegens het niet tijdig afsluiten van een ziektekostenverzekering worden bevestigd.