ECLI:NL:CRVB:2014:3665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij AWBZ-indicatie
Appellant was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en werd geïndiceerd voor zorg op grond van de AWBZ voor de periode 31 januari 2013 tot 30 januari 2015. Na bezwaar wijzigde het CIZ de indicatieperiode tot 1 augustus 2013, aansluitend op de rechterlijke machtiging voor verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de indicatieperiode al was verstreken en appellant geen vergelijkbare zorg in de toekomst wenst. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen psychische stoornissen heeft en verzocht om een persoonsgebonden budget en schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het resultaat van het beroep niet bereikt kan worden en geen bijzondere situatie of toekomstig belang aanwezig is. Het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro kon niet worden gehonoreerd zonder gegrondverklaring van het beroep.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.