ECLI:NL:CRVB:2014:3707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende hoorplicht
Appellant, die sinds 1999 arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving, meldde zich in 2012 ziek met migraine en familiaire mediterrane koorts. Het UWV beëindigde daarop zijn Ziektewet-uitkering per 26 juni 2012, omdat hij volgens medisch onderzoek geschikt werd geacht voor zijn werk zoals vastgesteld in 2009.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat de procedure onzorgvuldig was omdat geen hoorzitting had plaatsgevonden en zijn gemachtigde niet was gehoord. De Raad oordeelde dat het UWV de hoorplicht had geschonden en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad stelde echter vast dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat de diagnose migraine geen aanleiding gaf tot andere beperkingen dan reeds vastgesteld. Ook was de passendheid van de functies uit de WAO-beoordeling niet ter discussie. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven daarom in stand.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de kosten van appellant in bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.