ECLI:NL:CRVB:2014:3767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde inkomsten uit klusactiviteiten
Appellant ontving vanaf 1 juli 2007 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid van appellant bij drugshandel, voerde de sociale recherche een onderzoek uit naar mogelijke onrechtmatige inkomsten. Dit leidde tot een besluit van het college om de bijstand vanaf 1 juli 2007 in te trekken en de kosten over de periode terug te vorderen.
Appellant verrichtte activiteiten zoals het onderhouden van tuintjes, het sleutelen aan en blinderen van auto’s en poetsen, waarvoor hij geld ontving. Tevens had hij meerdere auto’s op zijn naam staan die hij naar de sloop bracht en waarvoor hij een vergoeding kreeg. Deze inkomsten en activiteiten heeft appellant niet gemeld bij het college, noch een administratie bijgehouden.
De Raad oordeelt dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het verweer dat het onderzoek onrechtmatig was wegens het gebruik van tapverslagen wordt verworpen. De verklaringen van appellant aan de sociale recherche zijn betrouwbaar en voldoende feitelijke grondslag voor het besluit.
Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij weinig inkomsten had en heeft geen administratie overlegd. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.