ECLI:NL:CRVB:2014:3769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen na huwelijk ondanks zorgsituatie
Appellanten, die op 21 januari 2013 met elkaar zijn gehuwd, voerden in hoger beroep aan dat appellante appellant verzorgt en een eigen woning aanhoudt, waardoor zij een beroep deden op artikel 17, tweede lid, van de AOW. Dit artikel voorkomt herziening van het ouderdomspensioen bij een gezamenlijke huishouding door zorgverlening, mits beide partijen een eigen woning hebben en de financiële lasten dragen.
De Raad oordeelde dat het beroep op artikel 17, tweede lid, niet slaagt. Bij appellante is geen sprake van een herziening op grond van zorg, maar bij appellant is de herziening gebaseerd op het huwelijk. Bovendien is niet gebleken dat het huwelijk een zogenaamd 'zorghuwelijk' is, aangezien uit rapporten blijkt dat appellanten op eigen initiatief zijn getrouwd.
De Sociale Verzekeringsbank heeft het ouderdomspensioen van appellant met ingang van 1 februari 2013 herzien naar gehuwd en aan appellante vanaf 18 juli 2013 een ouderdomspensioen toegekend. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag en wijst het hoger beroep af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 november 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het ouderdomspensioen naar gehuwd na het huwelijk van appellanten en wijst het hoger beroep af.