ECLI:NL:CRVB:2014:3863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden en onvoldoende wijziging
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1996, maar deze werd ingetrokken met ingang van 7 februari 2012. Zij vroegen bijstand opnieuw aan met terugwerkende kracht vanaf die datum, maar het college wees dit af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad maakte onderscheid tussen drie periodes: de eerste periode (7 februari 2012 tot 19 april 2012) waarover al besluitvorming had plaatsgevonden, de tweede periode (20 april 2012 tot 5 juni 2012) voorafgaand aan de aanvraag, en de derde periode (5 juni 2012 tot 13 augustus 2012) vanaf de datum van aanvraag tot het primaire besluit. Voor de eerste periode ontbraken nieuwe feiten of omstandigheden; voor de tweede periode ontbraken bijzondere omstandigheden die afwijken van het uitgangspunt dat geen bijstand wordt verleend voorafgaand aan de aanvraag; en voor de derde periode konden appellanten niet aantonen dat zij aan de voorwaarden voor bijstand voldeden, mede vanwege kasstortingen die zij niet konden onderbouwen.
Appellanten stelden dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden, maar dit werd niet onderbouwd. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag over alle periodes wegens ontbreken van nieuwe feiten, bijzondere omstandigheden en onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.