ECLI:NL:CRVB:2014:3914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering algemene tegemoetkoming Wtcg wegens niet voldoen aan voorwaarden fysiotherapie
Appellante heeft een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor het jaar 2010 aangevraagd, welke door het CAK is afgewezen omdat niet voldaan was aan de wettelijke voorwaarden. De fysiotherapie die appellante ontving, werd niet vergoed voor de in bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering genoemde aandoeningen, maar vanuit een aanvullende verzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aandoeningen van appellante niet in de lijst voorkomen en dat het onderscheid tussen postpartum bekkeninstabiliteit en andere vormen van bekkeninstabiliteit terecht is gemaakt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderscheid tussen postpartum bekkeninstabiliteit en andere vormen onterecht was en dat sprake was van discriminatie. De Raad oordeelde dat de rechter terughoudend moet zijn bij toetsing van algemeen verbindende voorschriften en dat de keuze van de regelgever niet onredelijk is. Omdat postpartum bekkeninstabiliteit en bekkeninstabiliteit met een andere oorzaak naar hun aard verschillende aandoeningen zijn, is geen sprake van gelijke gevallen en is het onderscheid gerechtvaardigd.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees de vordering van appellante af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; weigering algemene tegemoetkoming op grond van Wtcg bevestigd.