ECLI:NL:CRVB:2014:3965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing UWV na medische herbeoordeling rug- en heupklachten
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg over de beoordeling van medische beperkingen van betrokkene in het kader van de WAO. Na een tussenuitspraak werd het UWV opgedragen het gebrek in de medische grondslag van het bezwaarbesluit te herstellen. Het UWV heeft een aanvullend rapport van de verzekeringsarts ingediend, waarin de medische situatie van betrokkene opnieuw is beoordeeld.
De verzekeringsarts concludeert dat de beperkingen ten aanzien van de rugklachten in 2005 adequaat zijn meegenomen en dat eventuele toegenomen beperkingen door rugklachten reeds voldoende worden gecompenseerd door de beperkingen vanwege heupklachten. De Raad acht deze nadere toelichting voldoende om het eerdere gebrek in de medische onderbouwing te herstellen.
Op basis van de functionele mogelijkhedenlijst van september 2011 en het oordeel van de arbeidsdeskundige is vastgesteld dat er passende functies zijn waarmee betrokkene een loon kan verdienen met minder dan 15% loonverlies ten opzichte van haar maatgevende inkomen. De Raad vernietigt daarom de opdracht aan het UWV om opnieuw te beslissen over het bezwaar, bevestigt de rest van de uitspraak en laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand.
Proceskostenvergoeding aan betrokkene is niet toegekend omdat daarvoor geen grond is gebleken. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 november 2014.
Uitkomst: De opdracht aan het UWV om opnieuw te beslissen wordt vernietigd, rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven in stand.