ECLI:NL:CRVB:2014:3998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning langdurigheidstoeslag met rentevergoeding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht waarin appellant geen langdurigheidstoeslag over 2008 en 2009 werd toegekend. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het college onterecht geen besluit had genomen over deze jaren.
Na de tussenuitspraak heeft het college alsnog de toeslag toegekend, maar appellant vordert daarnaast vergoeding van wettelijke rente en proceskosten wegens het niet tijdig uitbetalen van de toeslag. Het college betoogt dat appellant onjuiste gegevens heeft verstrekt, waardoor rente niet verschuldigd zou zijn, maar de Raad oordeelt dat dit niet aan appellant kan worden toegerekend.
De Raad stelt vast dat het college de aanvraag van appellant verkeerd heeft geïnterpreteerd als een aanvraag alleen voor 2011, waardoor het niet tijdig over de jaren 2008 en 2009 heeft beslist. Hierdoor is het college in verzuim geraakt en is wettelijke rente verschuldigd vanaf 14 oktober 2011. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten en betaalde griffierechten.
De uitspraak vernietigt het bestreden besluit voor zover de langdurigheidstoeslag over 2008 en 2009 werd geweigerd, verklaart het beroep gegrond en legt het college een betalingsverplichting op voor de rente en kosten.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot toekenning van langdurigheidstoeslag over 2008 en 2009 met betaling van wettelijke rente en proceskosten.