ECLI:NL:CRVB:2014:4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding naast wettelijke rente bij onrechtmatige intrekking bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, die onrechtmatig werd ingetrokken met terugwerkende kracht. Na intrekking van het intrekkingsbesluit werd de bijstand ongewijzigd voortgezet en een nabetaling gedaan. Appellant vorderde vergoeding van aanvullende schade naast de wettelijke rente, onder meer voor opgelopen tandartskosten en gestaakte opleiding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat volgens het overgangsrecht het oude recht van toepassing is, waarbij schadevergoeding bij vertraging in betaling van een geldsom beperkt is tot de wettelijke rente. De Raad volgt vaste rechtspraak en de Hoge Raad die stelt dat het gefixeerde bedrag van de wettelijke rente niet kan worden overschreden, ook niet bij meer geleden schade.
De Raad concludeert dat er geen grond is voor een hogere vergoeding dan de wettelijke rente en dat zelfstandige vergoeding van gevolgschade niet toekomt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding af en bevestigt dat alleen wettelijke rente toekomt.