ECLI:NL:CRVB:2014:409
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 22 maart 2013 waarin zijn bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering was afgewezen. Het UWV had aanvankelijk op 5 december 2007 de uitkering geweigerd en dit besluit was na bezwaar en beroep onherroepelijk geworden.
De Raad toetst het verzoek aan artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de verzoeker, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De medische verklaring die verzoeker overlegt dateert van na de uitspraak van 22 maart 2013 en is daarmee niet relevant voor herziening. De overige medische verklaringen zijn van vóór die datum, maar verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Daarom voldoet het verzoek niet aan de wettelijke voorwaarden en wordt het afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 februari 2014.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.