ECLI:NL:CRVB:2014:4113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste grondslag en behoud rechtsgevolgen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van Lansingerland trok de bijstand in omdat appellanten de gevraagde bankafschriften van een Rabobankrekening niet hadden ingeleverd en vermoedelijk beschikten over vermogen boven de vermogensgrens.
Het onderzoek toonde aan dat appellant gemachtigd was over de Rabobankrekening te beschikken en dat via deze rekening een Mercedes was betaald. Appellanten betwistten dit en stelden dat de auto gefinancierd was door een familielid en dat zij slechts gemachtigd waren om in opdracht te handelen.
De Raad oordeelde dat appellant feitelijk over het tegoed kon beschikken en dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door dit niet te melden. Echter, het recht op bijstand kon wel worden vastgesteld, namelijk nihil, omdat het vermogen boven de grens lag en er geen aanwijzingen waren voor schulden die dit zouden compenseren.
Daarom vernietigde de Raad het besluit tot intrekking van de bijstand wegens strijd met de Awb, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.