ECLI:NL:CRVB:2008:BD0546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en machtiging bankrekening zus
Betrokkene ontving sinds 1999 bijstand en was gemachtigd transacties te verrichten op bankrekeningen van zijn zus. De gemeente Utrecht trok de bijstand in vanaf 1 maart 2003 wegens vermoeden van vermogen boven de vermogensgrens en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten, stellende dat betrokkene niet vrijelijk over het vermogen kon beschikken en geen inlichtingenplicht had geschonden. De Raad onderscheidde drie perioden en oordeelde dat in de eerste periode geen sprake was van beschikking over vermogen, maar in de tweede en derde periode wel.
De Raad vernietigde het besluit voor de eerste periode en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen over de terugvordering. Het beroep tegen de afwijzing van de langdurigheidstoeslag werd ongegrond verklaard omdat betrokkene tijdens de referteperiode vermogen boven de vrijlatingsgrens had. Tot slot werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand vernietigd voor periode A, bevestigd voor perioden B en C; afwijzing langdurigheidstoeslag gehandhaafd.