ECLI:NL:CRVB:2014:4120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden zonder melding
Appellant ontving vanaf 2 maart 2009 een WW-uitkering, berekend op basis van een arbeidsurenverlies van 38 uur per week. Het UWV trok de uitkering in per 20 januari 2011 en vorderde een bedrag van €31.925,40 terug, omdat appellant vanaf die datum volledig als zelfstandige werkzaam was zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de verklaring van appellant en de inschrijving van zijn restaurant bij de Kamer van Koophandel voldoende bewijs vormden voor zelfstandige werkzaamheden vanaf maart 2009.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het dossier van het UWV onvolledig was en dat hij wel degelijk alle relevante informatie had gedeeld, waaronder een telefonische melding op 21 september 2009. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat stukken ontbraken en dat het dossier voldoende compleet was. De telefonische melding bracht niet mee dat het UWV niet mocht intrekken en terugvorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad wees tevens het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden zonder melding.