ECLI:NL:CRVB:2014:4270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, die zich ziek meldde met psychische klachten, vorderde ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV weigerde dit omdat verzekeringsartsen concludeerden dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk als koerier. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beoordeling deugdelijk was gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV niet bevoegd was om hem met terugwerkende kracht hersteld te melden en dat zijn psychische klachten en medicatiegebruik hem verhinderen zijn werk te verrichten. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor ernstige psychopathologie of objectieve beperkingen die ongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat er geen sprake was van het met terugwerkende kracht beëindigen van een recht op uitkering, omdat appellant nooit ziekengeld had ontvangen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd.