ECLI:NL:CRVB:2014:4397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- D.S. de Vries
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet-verantwoorde pgb-gelden na faillissement zorgaanbieder
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg waarin het beroep van de erven van betrokkene tegen een terugvorderingsbesluit van het Zorgkantoor ongegrond werd verklaard. Betrokkene had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor AWBZ-zorg, maar over 2009 was geen verantwoording afgelegd en werd vastgesteld dat de pgb-gelden niet waren besteed aan zorg.
De erven stelden dat betrokkene Raad en Daad niet had gemachtigd om het pgb aan te vragen of het rekeningnummer te wijzigen en betwistten de terugvordering. De Raad oordeelde dat betrokkene zelf de pgb-overeenkomst had ondertekend en dat het pgb voor meerdere jaren werd toegekend, zodat geen nieuwe aanvraag voor 2009 nodig was. Het Zorgkantoor mocht vertrouwen op de opgegeven adresgegevens en was niet aansprakelijk voor de werkwijze of het faillissement van Raad en Daad.
De Raad bevestigde dat de verantwoordelijkheid voor het pgb bij de verzekerde ligt, ook als het beheer aan derden is overgedragen. Omdat betrokkene geen verantwoording over 2009 had gegeven, was het Zorgkantoor bevoegd het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. De belangenafweging van het Zorgkantoor was redelijk, mede gezien haar inspanningen om betrokkene te ondersteunen en haar civiele vordering tegen Raad en Daad.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van niet-verantwoorde pgb-gelden over 2009 en verklaart het beroep van de erven ongegrond.