ECLI:NL:CRVB:2014:571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan en gaf als woonadres een kamer op die hij vanaf 15 december 2010 zou huren. Het college weigerde de voortzetting van bijstand omdat uit een huisbezoek bleek dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. Het huisbezoek toonde een karige kamer zonder essentiële woonvoorzieningen en appellant gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn leefwijze.
De Raad stelde vast dat appellant onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn woonadres, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het college had geen verdere onderzoeksplicht en handelde binnen zijn bevoegdheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om voortzetting van bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting en het niet daadwerkelijk woonachtig zijn op het opgegeven adres.