Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de burgemeester van Dronten, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4694).
Eiser stelt dat de betrouwbaarheid van de verklaring van één van de buurtbewoners niet controleerbaar is, omdat het een anonieme verklaring is. Voorts zien de verklaringen van beide buurtbewoners alleen op de woonsituatie van zijn broer, diens vriendin ( [A] ) en hun kinderen. De buurtbewoners geven geen informatie over eisers woonsituatie op het woonadres. Aan de buurtbewoners zijn daarnaast onduidelijke foto’s van hem en zijn broer getoond.
Verder stelt eiser dat de water-, gas- en elektriciteitsgegevens slechts een schatting zijn, zodat deze geen juist beeld geven. Volgens eiser kunnen de NIBUD-richtlijnen in dit geval ook niet de maatstaf vormen, omdat de woning van het woonadres in de te beoordelen periode te koop stond en de vriendin van zijn broer en haar kinderen al waren verhuisd.
Uit de Basisregistratie persoonsgegevens (BRP) blijkt dat de broer van eiser bijna negen jaar ouder is dan eiser en dat [A] drie zonen heeft, geboren in 2009, 2010 en 2015. Voorts staat in de gegevens van de RDW dat [A] eigenares is van een zwarte Volkswagen Golf en een zwarte Seat Leon. Uit de notitie van de handhaver blijkt dat de woning aan het woonadres op 17 augustus 2016 te koop stond en nagenoeg leeg stond. Vervolgens is uit navraag bij [naam makelaar] gebleken dat de woning inderdaad leeg stond en dat deze via de bank in de verkoop was gezet. Verder is op 27 oktober 2016 ook niemand bij de woning aangetroffen.
op het woonadres verbleef. Zoals in rechtsoverweging 9. is overwogen, ligt het op de weg van eiser om dit aannemelijk te maken. De rechtbank onderschrijft verweerders standpunt dat eiser daarin niet geslaagd is. Uit de door eiser overgelegde bankafschriften blijkt dat er in de te beoordelen periode voornamelijk in Utrecht is gepind. Eiser heeft hierover slechts verklaard dat hij zijn pinpas aan zijn zus heeft gegeven en dat zij deze in Utrecht heeft gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze uitleg op grond van de overige onderzoeksbevindingen onvoldoende mogen achten. Verder is deze verklaring niet objectief verifieerbaar.
en haar gezin na de zomer van 2016 zijn verhuisd – wat overeenkomt met de inhoud van de notitie – en dat daarna een Pools gezin in de woning is gaan wonen. Gelet op deze gedetailleerde verklaring over welke personen in de woning op het woonadres hebben gewoond, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [B] – wanneer eiser stelt dat hij anderhalf jaar op het opgegeven woonadres heeft verbleven – daar in het geheel niet over verklaart. [B] verklaart juist expliciet dat eiser niet de man van het gezin is, omdat hij te jong is. Gelet op het voorgaande heeft verweerder aan de verklaring van eisers zus van 4 juli 2016 en de verklaring van [A] – inhoudende dat eiser tot 14 november 2016 in de woning op het woonadres heeft gewoond – ook niet de waarde hoeven hechten die eiser daaraan gehecht wenst te zien. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2018.
De rechter is verhinderd