ECLI:NL:CRVB:2014:651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arrangement tweede carrière na SB-functie bij DJI
Appellant was sinds 1995 werkzaam in een substantieel bezwarende functie (SB-functie) bij DJI en heeft in februari 2010 zijn belangstelling voor arrangement C kenbaar gemaakt. Na disciplinaire maatregelen en een vaststellingsovereenkomst is zijn dienstverband per 1 mei 2010 beëindigd. In augustus 2010 diende appellant alsnog een aanvraag in voor arrangement C, maar de minister wees deze af omdat appellant op dat moment geen in een SB-functie werkzame ambtenaar meer was en de Regeling niet meer op hem van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht met het argument dat hij aanspraak zou moeten maken op de loopbaanpremie ongeacht het vertrekmotief en dat zijn leidinggevende vertrouwen had gewekt dat de aanvraag gehonoreerd zou worden. De Raad oordeelde echter dat uitstroom uit een SB-functie weliswaar wordt bevorderd, maar niet verplicht is en dat het vertrekmotief relevant is.
Verder stelde de Raad dat de vaststellingsovereenkomst finale kwijting bevatte en dat appellant geen vertrouwen kon ontlenen aan het indienen van de aanvraag na beëindiging van het dienstverband. Er was geen uitdrukkelijke toezegging van een bevoegd orgaan dat appellant in aanmerking zou komen voor arrangement C. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor arrangement C wordt afgewezen omdat appellant niet meer in dienst was en de regeling niet meer op hem van toepassing was.