ECLI:NL:CRVB:2014:691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens onverzekerde periode in het buitenland
Betrokkene ontving vanaf augustus 2000 een AOW-pensioen van 90% van het maximale bedrag, waarbij enkele perioden als niet verzekerd waren aangemerkt. Betrokkene stelde dat hij in de jaren 1985-1988 tijdens verblijf in de Verenigde Staten vrijwillig verzekerd was geweest, maar kon dit niet met stukken aantonen.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag het pensioen in 2009 naar 96%, maar kwam later terug op dit besluit en stelde het pensioen in 2011 opnieuw vast op 90%, met ingang van november 2008, zonder terugvordering van te veel betaalde bedragen tussen november 2008 en juni 2011. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze herziening.
De rechtbank vernietigde het besluit van 2011 voor zover het terugwerkende kracht had, omdat geen nieuwe feiten waren die dat rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat de Svb terecht het pensioen kon herzien vanwege onjuiste feiten, namelijk dat betrokkene niet vrijwillig verzekerd was in de VS-periode, maar dat terugwerkende kracht verder dan één jaar niet kon worden toegepast omdat betrokkene redelijkerwijs niet kon weten dat hij te veel pensioen ontving.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat het besluit van 2011 herroept en bepaalde dat het pensioen vanaf juli 2011 wordt herzien naar 90% van het maximum. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd afgewezen, omdat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een verdere terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Uitkomst: Het AOW-pensioen van betrokkene wordt per juli 2011 herzien naar 90% van het maximum pensioenbedrag zonder verdere terugwerkende kracht.