ECLI:NL:CRVB:2014:824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel blijvende gehele weigering WW-uitkering wegens weigering passend werk
Appellant was voltijds pakhuismedewerker en kreeg vanaf 1 september 2011 een WW-uitkering na beëindiging van zijn dienstverband.
Op 27 maart 2012 bood AB Uitzendbureau hem passend werk aan als heftruckchauffeur bij een werkgever. Appellant weigerde dit werk omdat hij geen heftruckcertificaat had. Het UWV beëindigde daarop de WW-uitkering per 9 april 2012 wegens weigering passend werk.
Na bezwaar en beroep bevestigden het UWV, de rechtbank en uiteindelijk de Centrale Raad van Beroep dat het werk passend was. Uit verklaringen bleek dat appellant eerder heftruckchauffeur was en dat een certificaat wettelijk niet verplicht is. Het werk was van voldoende duur om de uitkering te beëindigen.
Appellants beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel van blijvende gehele weigering van de WW-uitkering gehandhaafd. De Raad oordeelde dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is bij deze dwingende maatregel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens weigering passend werk.