ECLI:NL:CRVB:2014:898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering die door het UWV is afgewezen vanwege onvoldoende verstrekte gegevens. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de afwijzing bevestigd, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en beval een nieuw besluit.
In het nieuwe besluit liet het UWV een expertise uitvoeren door een psychiater, die concludeerde dat er geen psychiatrische verklaring was voor de geheugenproblemen van appellant. De bezwaarverzekeringsarts vond geen aanwijzingen voor arbeidsongeschiktheid vanaf 1991. Het bezwaar werd opnieuw ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de door appellant overgelegde medische stukken onvoldoende waren om het oordeel te weerleggen. Ook het verzoek om informatie bij de CNSS werd afgewezen omdat appellant voldoende gelegenheid had om stukken te overleggen.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, maar de Raad neemt de motivering van de rechtbank over en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.