ECLI:NL:CRVB:2014:988
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel bij verrekening WW-uitkering en DGA-inkomsten
Appellant ontving vanaf 1 oktober 2008 een WW-uitkering en kreeg toestemming om werkzaamheden te verrichten voor de start van een eigen bedrijf, waarbij 70% van de winst uit onderneming op de uitkering in mindering zou worden gebracht. Na afloop van de startperiode beëindigde het UWV de uitkering en vorderde een bedrag van €16.883,66 terug wegens een te hoog ontvangen voorschot, gebaseerd op het belastbaar loon als directeur-grootaandeelhouder.
Appellant maakte bezwaar en voerde het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat hem was medegedeeld dat alleen de winst uit onderneming zou worden verrekend. Zowel de rechtbank als het UWV verwierpen dit beroep, stellende dat de toezegging niet ondubbelzinnig was en dat het loon als DGA terecht was betrokken.
In hoger beroep stelde appellant dat de re-integratiecoach tijdens een gesprek op 6 februari 2008, in kennis van de BV-structuur en de DGA-vergoeding, expliciet had aangegeven dat alleen de winst uit onderneming zou worden verrekend. De Centrale Raad achtte deze toezegging ondubbelzinnig en aannemelijk gedragsbepalend voor de gekozen structuur.
De Raad oordeelde dat het UWV opnieuw moet berekenen of appellant het voorschot moet terugbetalen, waarbij alleen de belastbare winst uit onderneming in aanmerking wordt genomen. Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herzien.
Uitkomst: Het UWV moet de terugvordering herberekenen waarbij alleen de winst uit onderneming wordt verrekend, niet het DGA-loon.